spiritualiteit, religie, reincarnatie, helderziendheid, leven na de dood, kosmos, karma
Vindplaats Zoekgids Winkelen Plaatsnaam Romantiek Spijsvertering Glycemische index


logo.jpg (19955 bytes)


Persoonlijke ervaringen

Leven na de dood

Ten tijde van dit schrijven is het precies een jaar geleden dat de zwartste dag in mijn leven tot nu toe zich voltrok. Een onvermijdelijke dag waarvan ik mezelf graag wijsmaakte dat hij altijd in de toekomst zou blijven en nooit het heden zou bereiken. Toch kwam de dag die mijn leven onaangekondigd ruw in twee delen hakte, in mijn leven van voor die bewuste dag en het leven dat volgde. Op 5 maart 2003 overleed op plotselinge wijze mijn moeder. Het gebeurde allemaal behoorlijk onverwacht, en ook al ben je er nooit klaar voor, dit kwam aan als een donderslag bij heldere hemel. De dag voor mijn moeders overlijden had ik haar nog aan het lachen gemaakt door de telefoon. Ik ga niet in op de details die debet zijn aan de overlijdensoorzaak, maar wil een deel van mijn gedachtengang sinds de gebeurtenis uiteenzetten.

Op de bewuste dag is alles zo hard gegaan dat mijn broer, mijn vrouw,
mijn moeders vriend en ik in een onstuitbare roller-coaster van gevoelens
werden meegesleurd. Er was geen ontkomen aan het zich voltrekkende
drama en mijn wereld werd binnen enkele uren als een zandloper op zijn
kop gezet. Als een zandloper ook omdat tijd plotseling relatief werd.
Voor ik het wist was de avond alweer bereikt en het enige wat er van die
dag was overgebleven was een reeks heftige indrukken waarvan ik wist
dat ze voor de rest van mijn leven een litteken in mijn hart zouden
graveren, in de vorm van mijn moeders naam.

In de weken die volgden op de gebeurtenis bevond ik me in een
beneveling van ongeloof, verdriet en onmacht. Van woede was geen
sprake, daarvoor was ik te lamgeslagen door het ongekend pijnlijke
voorval. Mijn moeder was een aanwezige persoonlijkheid. Ze bezat een
energie die ze uitstraalde naar de mensen om zich heen en stond daarom
op een zekere, door haar omgeving als een aangename
vanzelfsprekendheid aanvaarde wijze in het middelpunt van de
belangstelling. Mijn moeders aanwezigheid in het leven van een om haar
heen gevormd handjevol mensen maakte het des te abstracter dat zoveel
bruisende energie tot een abrupt einde was gekomen. Dat vormde het
begin van mijn heroplevende gedachtengang over de dood.

Ieder kind wordt vroeg of laat geconfronteerd met de meest ongrijpbare
gebeurtenis in het leven: de dood. Je ouders proberen je voorzichtig
duidelijk te maken dat het leven niet eindeloos is, dat er een dag zal
komen dat je vader en moeder er niet meer zullen zijn en dat ook jij er op
een dag niet meer zal zijn. Geschokt als een kind doorgaans is door dit
zeer verontrustende nieuws wordt het snel getroost met een geruststellend
vervolg op dat leven in de vorm van één of andere hemelse voorstelling.
Die gedachte voldoet vervolgens de nodige jaren. Als oma overlijdt, dan
troost je jezelf met het aan je verkondigde verhaaltje dat oma nu geniet
van een kopje thee, gezeten op een voorbijdrijvend wolkje aan een
blauwe hemel. Zo hoort het ... oma heeft haar leven netjes uitgeleefd en is
toe aan haar beloning: de hemel, alwaar gastheer God de rode loper al
voor zijn nieuwe bezoeker heeft uitgerold en de thee al heeft gezet.

Maar vroeg of laat word je onherroepelijk geconfronteerd met wat ik
noem "de ontgoochelende willekeur van het lot", als je bijvoorbeeld ter
ore komt dat een dronken klootzak in een veel te hard rijdende auto met
één doffe, botten versplinterende klap een einde heeft gemaakt aan een
mogelijk veelbelovend leven van een onschuldig jong kind. De
gewaarwording die een dergelijk feit veroorzaakt verstoort het perspectief
van een gedurende je jeugd opgebouwde levensverwachting en doet je
beseffen dat de realiteit van zowel leven als dood hard, koud en
willekeurig kan zijn. Het warme beeld van de hemel loopt dan risico om
plaats te maken voor twijfel over en zelfs afkeer van de dood.

ENERGIE
Na het overlijden van mijn moeder voelde ik vooral een verterende
leegte, die voorheen werd gevuld door de levendige aanwezigheid van
mijn moeder. De kenmerkende levensenergie die zij bezat ontbrak
plotseling. Volgens de natuurkundige wet van behoud van energie houdt
energie niet op te bestaan, zij verplaatst zich slechts. Ik prefereer de term
energie boven een begrip als "de ziel". Maar hoe je het ook benoemt,
iedereen die ooit iemand heeft zien overlijden kan niet ontkennen dat er
van het ene op het andere moment iets ontbreekt: dat ongrijpbare element
van elk levend wezen dat hem, haar of het de energie geeft om de
biologische samenstelling van vocht en weefsel te doen "leven". Mary
Shelley behandelde deze abstracte materie al in haar boek Frankenstein,
waarin een uit delen van overleden mensen samengesteld lichaam tot leven
wordt gewekt met behulp van electriciteit. Zet een dood lichaam onder
stroom en de spieren zullen met samentrekkingen reageren op de
schokken. Maar het zal niet weer tot leven komen, tenzij er sprake is van
reanimatie omdat het lichaam nog niet hersendood is. Maar wat ontbreekt
er dan precies in een lichaam na die zogenaamde hersendood?
Wetenschappelijke experimenten bewezen reeds dat elk mens na het
moment van overlijden twintig tot vijftig gram aan lichaamsgewicht
verliest. Als we van het begrip energie blijven uitgaan, dan moet die
energie ergens naartoe zijn verplaatst, maar waar naartoe? Stroomt het
uiteen naar de nog levenden die het dichtst bij de overledene stonden? Ik
ben sinds het overlijden van mijn moeder veranderd, sterker geworden.
Maar is dat door toedoen van haar energie of puur vanwege het
doorstaan van het verlies? Of stroomt de losgekomen energie wellicht
naar delen van het universum waar de energie is benodigd om het
kosmische evenwicht te bewaren? Het klinkt weliswaar zweverig, maar
niemand kan op dit gebied nog iets bewijzen, dus er is ruimte genoeg voor
uiteenlopende theorieën.

Ironisch genoeg was mijn moeder een nuchter mens dat erin geloofde dat
de dood een absoluut einde betekende. "Voor mij is de dood als een
kaars waarvan het vlammetje dooft." Ik hoor het haar nog zeggen. Mijn
moeder was dan ook huiverig voor de dood en ontkende stelselmatig
haar sterfelijkheid. Gelukkig hoefde ze niet wekenlang, laat staan
maanden- of zelfs jarenlang op te zien tegen een naderend overlijden door
toedoen van een vastgestelde terminale ziekte, maar is haar dood
onverwacht en snel verlopen. Persoonlijk geloof ik ook niet in de
gangbare verhalen over een leven na de dood. Wetenschappelijk gezien
bezitten dergelijke verhalen een gemeenschappelijke absurde factor: ze
zijn allemaal gebaseerd op zintuiglijke waarnemingen, en die heb je niet
meer nadat je zintuigen met je lichaam zijn meegestorven. Je kunt geen
licht waarnemen en interpreteren zonder ogen, hersenen en een kloppend
hart dat die organen van het nodige roodkleurige levensvocht voorziet.

Maar dualisme wil zich soms wel eens meester van me maken, want
niemand weet in hoeverre het stoffelijke, kwetsbare, aardse deel, het
zwakke vlees dat een leven lang aan ons kleeft werkelijk nodig is om te
zien en te voelen. Ruim een jaar geleden, niet lang voor het overlijden van
mijn moeder, droomde ik dat ik in de buurt van mijn toenmalige woning
over straat liep, omstreeks dezelfde tijd dat ik het droomde: midden in de
nacht. In de bewuste buurt is het op zich al relatief rustig qua
mensendrukte en 's nachts kom je helemaal geen mens tegen. Zo was het
ook in mijn droom. Ik liep door de met bomen overgroeide straten, onder
de straatlantaarnverlichting door die de boomkruinen 's nachts een
magisch groen lichtschijnsel geven. Op een gegeven moment begon het
me te dagen dat het een droom moest zijn waarin ik me bevond, maar
toch voelde ik me ondanks het besef dat mijn lichaam op dat moment in
bed lag zeer aanwezig op straat in de buurt van ons huis. Ik bleef in de
droom, maar bedacht dat het mijn geest moest zijn waarmee ik in de
straat aanwezig was. Op dat moment begonnen de boomkruinen boven
me zacht te ruisen en ik voelde de aanwezigheid van andere geesten om
me heen. Ik voelde me niet bang, maar aangetrokken tot de andere
geesten en ik dacht rationeel na over het feit dat ik zonder fysieke
aanwezigheid in staat moest zijn om me van de grond los te maken en me
tussen de geesten in de ruisende boomkruinen te voegen. Het lukte en ik
zweefde omhoog. Het was een bevrijdend en ecstatisch gevoel om te
vliegen en me temidden van de overige aanwezige geesten op de wind
mee te laten drijven door de boomkruinen in onze buurt. Toen werd ik
wakker, waarschijnlijk door de geestelijke opwinding van de lucide
droom.

De neiging kriebelt om de bovenstaande droom te romantiseren tot een
spirituele ervaring zoals een uittreding, maar als ik echt eerlijk tegen mezelf
ben, dan geloof ik dat het voorgaande niet meer was dan een mooie,
realistische illusie die door mijn eigen onderbewustzijn is opgewekt tijdens
de noodzakelijke nachtelijke verwerking van indrukken, angsten en
verlangens. Het is naar mijn mening niets anders geweest dan een
manifestatie van de capaciteit van het menselijk brein.

Een andere interessante invalshoek van leven na de dood is reïncarnatie.
Toch steekt ook bij die theorie mijn nuchterheid weer de kop op. Wat is
immers het nut van een Sisyphus-achtige kwelling in de vorm van een
levenslange vooruitgang gevolgd door een bijna volledige terugval. Je
vergaart tijdens een leven met het nodige vallen en opstaan kostbare
kennis en wijsheid, om vervolgens dood te gaan en weer nagenoeg
opnieuw te moeten beginnen als een labiele baby die alle beproevingen
des levens weer opnieuw moet doorstaan, zij het wellicht in een wat
gunstigere leefomgeving dan voorheen. Dat zie ik niet als een beloning,
maar als een straf. Ik geloof erin dat tijdens het leven vergaarde kennis en
wijsheid het beste nog tijdens datzelfde leven kunnen worden
overgedragen aan overige levenden, want tot het tegendeel is bewezen
zou de dood zoals mijn moeder geloofde inderdaad wel eens simpelweg
het einde kunnen betekenen. Voorbij, afgelopen, punt.

Ook al blijkt de dood werkelijk een absoluut einde van je bestaan, dan is
er nog atijd het geruststellende fenomeen van voortleven in de geest van
anderen door de mentale indruk die je tijdens je leven teweeg brengt.
Gedurende je levensloop maak je met al je kenmerkende karakteruitingen
een zekere indruk op de mensen in je omgeving. Als je er vroeg of laat
niet meer bent, dan zal de essentie van je persoonlijkheid voortbestaan in
de grijze cellen van degenen met wie je hebt gecommuniceerd, en
daarmee heb je op kleine of grote schaal de voortlevende wereld
beïnvloed. Een praktijkvoorbeeld: mijn moeder kon wel eens
gekscherend op een karakteristieke humoristische wijze met haar armen
zwaaiend dansen op vrolijke muziek. Ik denk daar van tijd tot tijd nog
wel eens aan en de visuele herinnering aan een dergelijk moment tovert
dan weer een lach op mijn gezicht. Op zo'n moment is het enige verschil
met toen mijn moeder nog leefde het ontbreken van haar fysieke
aanwezigheid. De indruk van haar gekscherende gedrag blijft even sterk
voortbestaan als toen ze het gedrag in levenden lijve tentoonstelde.
Daarmee leeft een deel van mijn moeder voort in de neurale verbindingen
die zij tijdens haar fysieke bestaan binnen mijn grijze massa heeft
gevormd. Zelfs ingrijpende beslissingen kunnen nog posthuum worden
beïnvloed door de afweging wat de overledene zou hebben beslist. De
indruk die mijn moeders levenshouding op me heeft gemaakt stuurt op die
manier in zekere mate nog mijn levensloop en zorgt er daarmee voor dat
de essentie van mijn moeders wezen ondanks haar fysieke afwezigheid
voortleeft.

Het is de vraag of de wetenschap ons ooit een antwoord zal kunnen
verschaffen over een mogelijk vervolg op ons leven nadat ons fysieke
bestaan tot een einde is gekomen. En dan is het natuurlijk nog de vraag of
een wetenschappelijk bewijs betreffende een leven na de dood niet de
ultieme ontgoocheling zal inhouden. Sommige zaken kunnen we wellicht
maar beter niet opvissen uit de zee der onwetendheid.

Metin Seven
www.metinseven.com
www.sevensheaven.nl

 

 

 

 

 

Thema paginas