Bertha Dudde



logo.jpg (19955 bytes)


Cremeren - Het versnelde ontbindingsproces

Alles gaat de verlossing tegemoet omdat het de gang van de positieve ontwikkeling moet gaan. Scheidt nu het geestelijke zich van de materie, dan heeft het deze laatste overwonnen, maar niet altijd is het geestelijke zo volledig rijp geworden dat het geen aardse vorm meer nodig heeft, en het neemt dan weer verblijf in een nieuwe vorm die eveneens materie is.

Als nu echter de ziel, het geestelijke in de mens, het lichaam verlaat, houdt de aardse omzetting in een andere vorm op, d.w.z. de ziel ontsnapt aan de laatste vorm op aarde en gaat nu vrij van elke materie binnen in een nieuw rijk dat totaal anders is dan de aarde.

Het lichaam, de laatste aardse vorm, is nu weer aan de ontbinding blootgesteld, d.w.z. de geestelijke substanties waaruit ook het aardse lichaam gevormd is, moeten, daar ze bestaan uit het wezenlijke dat zich nog in het beginstadium van ontwikkeling bevindt, de gang van de positieve ontwikkeling eveneens doormaken en zich voor dit doel weer voegen bij de goddelijke scheppingswerken, wier doel juist de positieve ontwikkeling van het geestelijke is.

Dit kan nu geschieden op velerlei manieren, toch moet het steeds de mogelijkheid worden gegeven, dienend werkzaam te zijn, dus moeten deze substanties zich aansluiten bij een zodanig scheppingswerk, waar het een of andere taak te vervullen heeft om door het vervullen van deze taak dienstbaar te zijn, want alleen door dienen kunnen de geestelijke substanties rijp worden.

Wordt het de mogelijkheid om te dienen afgenomen, dan wordt de positieve ontwikkeling onderbroken, wat voor het wezen een toestand van uiterste kwelling betekent. De tijd van lijden van het geestelijke kan weliswaar schijnbaar worden verkort, het geestelijke is echter niet dankbaar jegens de mens die ingrijpt in zijn ontwikkelingsgang en het hindert te dienen. Zodra nu het lichaam van de mens in zijn vergaan op natuurlijke wijze wordt gehinderd, doordat men het ontbindingsproces ervan tracht te bespoedigen door het te cremeren of ook wel op chemische manier, gaat dit geestelijke een veel smartelijkere weg en moet deze ook gaan omdat dit proces indruist tegen de goddelijke ordening, tegen de bestemming die God elk scheppingswerk heeft gegeven.

Dit is een eigenmachtige handelwijze van de mensen, die niet met de goddelijke Wil overeenstemt. Het menselijk lichaam moet aan de aarde worden toever­trouwd, zoals het zijn bestemming is: Van de aarde bent u genomen, tot aarde zult u weer worden"; zover God Zelf het niet anders beschikt door Zijn ingrijpen en beëindigen van een mensenleven op een andere manier dan door de natuurlijke dood van het menselijk lichaam.

Heeft de ziel zich van het lichaam ontdaan, dan is de taak van het lichaam, dus het geestelijke waaruit het lichaam gevormd is, vervuld tegenover de ziel. Maar tot dit volledig uiteen is gevallen, zijn het nog verdere mogelijkheden gegeven dienend in actie te komen, ofschoon dit de mens niet erg begrijpelijk voorkomt. Terwijl het overblijfsel van een versneld ontbindingsproces geen enkele dienende werkzaamheid als taak heeft. Uitermate onjuist is het daarom te menen dat het lichaam van de mens zich voegt bij de ziel door een dergelijk teweeggebracht louteringsproces.

Het geestelijke van de uiterlijke vorm heeft wel dezelfde bestemming zich eens te verenigen met ontelbare zielesubstanties, om eveneens weer als menselijke ziel de laatste ontwikkelingsgang op aarde te gaan. Toch zal dit nooit zo gebeuren zoals de mensen onjuist geloven, omdat al het wezenlijke een bepaalde tijd om zich te ontwikkelen is gesteld, die de mens niet naar eigen goeddunken kan bekorten door een uiterlijk proces, als hij de enige mogelijkheid zich geestelijk te ontwikkelen niet ten volle benut op aarde, d.w.z. hij door zijn levenswandel, zijn juiste instelling tegenover God, zijn geloof en door voortdurend in liefde werkzaam te zijn, een graad van rijpheid verwerft, die ook het lichamelijke omhulsel de levensweg over de aarde kan verkorten, het evenwel steeds aan de Wil van God moet worden over­gelaten welke dienende taak HIJ dit nog toewijst.

Amen

Bron: berthadudde.net


Terug naar het hoofdmenu